Vlaamse steden trekken aan de klimaatkar

Acht Vlaamse centrumsteden gaan samenwerken om hun klimaatafdruk te verkleinen. Ze slaan daarbij de handen ineen met het bedrijfsleven en met de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (Vito). Gent, Antwerpen, Mechelen, Leuven, Oostende, Hasselt en Genk waren al lid van het zogenaamde "Smart Energy Cities" netwerk, nu krijgen ze er Kortrijk als nieuw lid bij en herbevestigen ze hun engagement. Binnen een "lerende" netwerk willen ze hun ervaringen uitwisselen en kennis delen.

 

Met elk van de betrokken Vlaamse centrumsteden start het Vito binnen het netwerk een concreet coachingtraject in de periode 2013-2014. De steden krijgen specifieke coaching van verschillende experten van het Vito op maat van de noden van de stad.

 

Gent onderzoekt onder meer de mogelijkheden van een stadsdistributiesysteem en de gevolgen daarvan voor de luchtkwaliteit in de stad. Andere steden zoals Antwerpen, Hasselt en Genk zetten in op warmtenetten om de restwarmte te gebruiken uit onder meer de industrie. Nu gaat die warmte nog grotendeels verloren.

 

De acht steden behoren tot de vijfduizend Europese steden die het burgemeestersconvenant ondertekend hebben, waarin ze zich voornemen tegen 2020 hun CO2-uitstoot met een vijfde te verminderen. "Steden zijn voor een stuk het probleem: ze zijn goed voor een aanzienlijk deel van de Europese CO2-uitstoot", zegt de Gentse schepen voor Leefmilieu Tine Heyse. "Maar ze vormen dus ook een deel van de oplossing. Gent wil klimaatneutraal worden tegen 2050, en daarvoor worden specifieke projecten opgestart."

 

Ook de Oostendse schepen Tom Germonpré benadrukt de rol van de steden in het behalen van de klimaatdoelstellingen. "Als de EU erin slaagt de doelstelling te halen van een verminderde uitstoot met 20 procent tegen 2020, dan zal dat dankzij de steden zijn", zegt hij.

 

De partners van het Vlaams Smart Energy Cities netwerk.

Tags: